Beide woorden delen exact dezelfde oorsprong: het oude Germaanse woord stīganą, wat 'omhooggaan' of 'klimmen' betekent. Dat de spelling toch uit elkaar is gaan lopen, heeft twee belangrijke oorzaken.
In de middeleeuwen hadden we het werkwoord stigen (de voorloper van stijgen). Het zelfstandig naamwoord voor een constructie om op te klimmen (zoals een bouwsteiger of een aanlegsteiger) werd in die tijd uitgesproken als stegere of steigere.
Door invloeden van verschillende dialecten, voornamelijk uit de Hollandse kustprovincies waar aanlegsteigers veel voorkwamen, is de 'ei'-klank in het woord voor de constructie geslopen. Toen het Nederlands later werd gestandaardiseerd, nam de standaardtaal voor het werkwoord de 'ij'-klank aan, maar voor de houten constructie bleef de dialectische 'ei' hangen.
Toen de Nederlandse spelling in de 19e eeuw officieel werd vastgelegd door de taalkundigen De Vries en Te Winkel, kwam dat verschil in spelling eigenlijk ontzettend goed uit. Het werd gebruikt als een handige manier om woorden die hetzelfde klinken op papier van elkaar te onderscheiden:
De stijger (met ij): Degene of datgene wat omhoog gaat (bijvoorbeeld: "Dat aandeel is een snelle stijger op de beurs" of een persoon die klimt).
De steiger (met ei): De fysieke constructie van steigerpijpen.
Hoe u het ook spelt, het doel blijft 'omhooggaan'. En dat is precies wat we bij Custers voor onze klanten realiseren. Op een Custers steiger klaart uw team de klus veiliger, sneller en efficiënter. Het logische gevolg? Winstmarges veranderen in absolute stijgers.
Maak van uw volgende project een hoogtepunt en kies voor de kwaliteit van Custers!